HFC EDO 3 kampioen

Het moet in de winterstop zijn geweest toen het woord voor het eerst viel.

We stonden te douchen na de training. ‘Ik denk dat wij best kampioen kunnen worden dit jaar’, zei een van ons.


Kampioen? Wij? 


Als groep waren we daar niet mee bezig geweest. We zijn dit seizoen weliswaar een klasse lager gaan spelen, maar, en ook al zeggen we dat niet graag: ook wij worden inmiddels een jaartje ouder. 


Nou ja, dat is wat onze tegenstanders soms laten doorschemeren. Regelmatig spelen we tegen een team vol mid- of zelfs begin-twintigers. Je ziet ze dan regelmatig kijken alsof ze tegen een stel bejaarden spelen met lange grijze manen en poedersuikerwit haar. Totale onzin. Gemiddeld zijn wij een jaar of 35. Maar goed. Het eerlijke verhaal is dat we dus niet meer de jongsten zijn. En in sommige gevallen ook niet meer zo fit als we zouden willen.


De uitslagen tot de winterstop waren redelijk, maar een titel leek een stap te ver. Van de tien wedstrijden wonnen we er vier, speelden we er drie gelijk en verloren we er drie. Middenmoot-resultaten, zou je denken. 

Spoelen we de tijd door, dan zie je dat we na de winterstop wel degelijk uit een ander vaatje zijn gaan tappen. We versloegen ADO ‘20 met 4-2 en nog lekkerder was de 0-1 overwinning bij DSS op 31 januari. Totaal onverdiend. Maar als je zulke wedstrijden begint te winnen…

Sindsdien bleven we punten pakken. We verloren niet meer en vestigden onszelf steeds steviger in de top van de 4e Klasse. En dus begonnen we op den duur te rekenen. Meestal weer onder de douche na de training. ‘Als wij nou winnen en Castricum en Stormvogels niet…’ 

Wie ooit om de titel heeft gestreden, weet hoe die gesprekken gaan. Sommige van ons hebben op zaterdag geen flauw benul tegen wie we spelen. Anderen maken er een mathematische studie van, om volledig in beeld te hebben wat er nodig is om over de concurrent te klimmen. 

Die concurrent werd uiteindelijk het tweede zaterdagteam van Koninklijke HFC. Ook zij deden het goed. Qua verliespunten zelfs nog beter dan wij. 


Afgelopen zaterdag, voor onze laatste competitiewedstrijd, was de stand van zaken als volgt. Wij stonden bovenaan. Zouden wij winnen van De Foresters, dan kon Koninklijke HFC in theorie nog altijd over ons heen. Wij waren dan uitgevoetbald. Zij moesten dan nog drie duels spelen, en die alle drie winnen. 


Op donderdagavond, tijdens de laatste training, leidde dat weer tot allerlei langdurige bespiegelingen in de kantine. 


‘Die winnen echt geen drie keer’, wist iemand. 


Een ander: ‘Ik zie het ze wel doen.’

‘Nee, joh.’


‘Nou…’ 


Twee dagen later wonnen wij onze wedstrijd van De Foresters. Met 10-6. Geen grap. 

Dus waren alle ogen gericht op de eerstvolgende wedstrijd van Koninklijke HFC. Die was afgelopen dinsdagavond 12 mei, uit bij VEW. Dit was de eerste van de drie wedstrijden die ze moesten winnen. 


Meerdere jongens van ons team reisden naar Heemstede af. Met eigen ogen hoopten ze te zien dat HFC puntverlies zou lijden. 

Dankzij hun aanwezigheid werd de rest van het team getrakteerd op een live-verslag in onze groepsapp. Zelden zullen sommige jongens zo gebiologeerd naar hun telefoon hebben gekeken als die avond. 

VEW kwam 1-0 voor, toen werd het 1-1, toen weer 2-1, enzovoort. 


,,Dit is spannender dan er live bij zijn’’, merkte iemand op. 

Om 22.30 uur kwam het verlossende bericht. VEW had HFC verslagen. 

Net als EDO 1 waren ook wij kampioen.